Wat betekent een woning voor jullie?

Een huis kopen begint niet met een bezichtiging. Tijdens drie dagen huizen kijken ontdekken Daphne en Ton dat hun ideale woning iets anders blijkt te zijn dan ze vooraf dachten. Want wat betekent een woning eigenlijk voor jou?

Wat betekent een woning voor jullie?

Bijna dagelijks krijg ik een e-mail of WhatsApp-bericht met een paar links naar woningen.

“We zijn geïnteresseerd in deze huizen. Kunnen we een afspraak maken voor een bezichtiging?”

Dat is misschien wel de meest voorkomende vraag die ik krijg. Toch plan ik zelden meteen een bezichtigingsdag in. Vanuit het servicecenter van HongarijeHuis ben ik vaak het eerste aanspreekpunt. De eerste telefoontjes, e-mails en WhatsApp-berichten komen meestal bij mij binnen. Tijdens die eerste gesprekken probeer ik vooral een beeld te krijgen van de mensen achter de woonvraag. Waarom willen ze naar Hongarije? Hoe zien ze hun toekomst? En vooral: hoe willen ze straks wonen?

Binnen ons team heeft ieder zijn eigen werkgebied en specialisme. Sivert en Sanne van Thuis in Hongarije begeleiden veel zoektochten in Tolna, Somogy en Baranya. Robert werkt als makelaar en verzorgt daarnaast als Nederlandstalig jurist de juridische afwikkeling van aankopen. Zelf begeleid ik vooral mensen die op zoek zijn naar een vrij gelegen tanya in Bács-Kiskun, Csongrád-Csanád en delen van Pest.

Juist daardoor gebeurt het regelmatig dat een zoektocht van de ene collega naar de andere verschuift, omdat tijdens het proces steeds duidelijker wordt welke regio en welk type woning bij de woonwensen passen.

Dat gebeurde ook bij Daphne en Ton.

Toen zij voor het eerst contact met ons opnamen, hadden ze nog geen voorkeur voor een specifieke regio. Hun droom was vooral een vrij gelegen woning, het liefst in de buurt van een rivier. Samen met Robert bekeken ze woningen in Servië. Daarna gingen ze met Sivert van Thuis in Hongarije op pad in Tolna, Baranya en Somogy. Ze maakten zelfs bewust een winterreis om te ervaren hoe het Hongaarse platteland voelt wanneer de bomen kaal zijn, de dagen kort en de toeristen verdwenen.

Gaandeweg werd duidelijk dat hun woonwensen eigenlijk beter aansloten bij de vlakke zuidelijke provincies.

En zo kwamen ze uiteindelijk bij mij terecht.

Ton heeft in Nederland een professioneel aannemingsbedrijf. Bouwen, restaureren en problemen oplossen zitten in zijn vingers. Vandaar dat hij inmiddels zelf nog wat opknappers had gevonden, aanzienlijk lager geprijsd en helemaal naar eigen smaak te renoveren.

Zelf weet ik inmiddels wat zo’n renovatie inhoudt. De vervallen boerderij die ik van mijn vader erfde, heb ik grotendeels zelf gerenoveerd, van dak en muren tot installaties en afwerking.

Vandaar dat ik Ton en Daphne bij mij thuis op de tanya uitnodigde voor een kennismakingsgesprek.

Daphne vertelde dat het droge klimaat van Zuid-Hongarije haar aansprak vanwege haar reumatische klachten. Daarnaast speelt hun geloof een belangrijke rol. Ze willen graag wonen in de buurt van een wat grotere, dus iets meer internationaal gerichte, kerkgemeenschap.

Ook water speelde een rol. In Nederland woonden ze aan een rivier en voeren ze graag met hun boot. Het zou mooi zijn als dat onderdeel van hun leven in Hongarije terug kon komen.

En dan waren er nog hun vier bijna volwassen kinderen.

“Misschien emigreren ze nooit,” zei Daphne. “Maar onze dochter vindt het heerlijk om haar vader te helpen en een van onze jongens zit in Nederland nu al voortdurend op de trekker.”

Een gastenverblijf of extra woonruimte stond daarom hoog op het verlanglijstje.

Voor de bezichtigingsdagen stelden we samen een route op. Enerzijds de woningen die Daphne en Ton zelf gevonden hadden via Facebook en Hongaarse woningsites, anderzijds enkele woningen waarvan ik vond dat ze, om heel verschillende redenen, de moeite waard waren om te bekijken.

De volgende ochtend begonnen we bij een tanya die Ton zelf op Facebook had gevonden.

Het huisje van Facebook

Op de foto’s zag het er aantrekkelijk uit. Een klein boerderijtje, dicht bij een rivier, vrij gelegen en met een interessante vraagprijs.

“Dit zou hem zomaar kunnen zijn,” zei Ton terwijl we de zandweg opdraaiden.

We stapten uit en liepen door een prachtige fruitboomgaard naar het huisje. Maar de idyllische sfeer werd verstoord door het geraas van auto’s in de verte. Ton en Daphne hadden thuis op Google Maps al gekeken naar de omgeving van het huis en alles zag er goed uit. Maar in de praktijk bleek de provinciale weg veel beter hoorbaar dan je zou verwachten. En in de advertentie op Facebook had niemand daar iets over geschreven.

We liepen verder. Het huis bleek nauwelijks veertig vierkante meter groot. De schuurtjes waren grotendeels ingestort.

Terwijl Ton alvast naar de dakconstructie en mogelijke vergroting van de woning keek, vroeg ik me iets anders af.

“Zou hier in de toekomst nog iets gaan veranderen?”

Ik vroeg de man die ons rondleidde waar de weg precies liep. Hij vertelde dat het de provinciale weg richting Szentes was.

Vervolgens kwam er nog iets naar voren: de gemeente had al langere tijd plannen om het dorp in de toekomst via deze kant beter te ontsluiten. De rustige zandweg waar we nu op stonden, zou daardoor op termijn een veel drukkere toegangsweg kunnen worden.

We keken elkaar aan en wisten dat dit huis het niet zou worden.

Een onverwachte tussenstop

Later die middag reden we een heel ander erf op. Het was de gerenoveerde tanya die Ton eigenlijk wilde overslaan.

Ik had hem gezegd: “Kom, het ligt toch op de route. Laten we gewoon even gaan kijken.”

Nog voordat we uitstapten, voelde de sfeer anders. Een verzorgd terrein. Een groot woonhuis met gele en blauwe luiken dat een beetje doet denken aan een Nederlandse herenboerderij. Een gastenverblijf. Een werkplaats. Een garage. En om het door inmiddels volwassen bomen omzoomde erf: velden vol zonnebloemen. Bovendien lag de rivier, met een pop-upstrand, op ongeveer vijftien minuten rijden.

We werden hartelijk ontvangen door de eigenaresse. Ze was inmiddels ruim tachtig jaar en we merkten dat ze een beetje gespannen was. Dat begreep ik goed. Ik had haar al meerdere keren uitgebreid gesproken. Voor haar lagen hier meer dan dertig jaar herinneringen.

Onder de parasol stond een eenvoudige lunch klaar met broodjes, koffie en een glas zelfgemaakte vlierbloesemsiroop. Ze vroeg Daphne en Ton naar hun plannen. Het gesprek kwam al snel op gang.

Ze vertelde hoe zij en haar man aan dit avontuur waren begonnen. Over de staat waarin ze de oude tanya hadden aangetroffen. Over de renovaties, de aanbouwen, de bomen die ze hadden geplant en de keuzes die ze onderweg hadden gemaakt. Zelfs de kleurnummers van de luiken kwamen nog ter sprake.

Je voelde aan alles dat hier niet zomaar een huis werd verkocht. Hier werd een levenswerk losgelaten.

Pas daarna gingen we de woning bekijken. De open keuken met aangrenzende woonkamer was een zichtbare verbetering ten opzichte van de oorspronkelijke situatie, maar nieuwe eigenaren zouden ongetwijfeld de keuken willen vernieuwen en waarschijnlijk de indeling wat willen veranderen. Ook de grootste badkamer zou een upgrade kunnen gebruiken. Maar alles was instapklaar. Upgraden is wat anders dan renoveren.

Via de bijkeuken kwamen we in een gastenkamer met een eigen douche en toilet. Mijn oog viel op een luik dat mij bij mijn eerste bezoek niet zo was opgevallen.

“Zou daar nog een zolder boven zitten?”

We zetten een trap tegen de muur. Kruip-door-sluip-door kwamen we terecht op een enorme zolder.

Ton keek om zich heen. “Hier kun je nog van alles mee!”

Buiten bekeken we vervolgens de garage, de werkplaats en het volledig gerenoveerde gastenverblijf aan de overkant van het erf. Langzaam liepen we terug over het grasveld. Ik keek nog eens om me heen.

“Eigenlijk koop je hier dertig jaar werk van iemand anders.”

Ton lachte en vroeg: “Is dit niet wat voor jou?”

“Ja,” lachte ik terug, “dan ben ik snel klaar!”

Ton keek nog eens naar de woning.

“Eigenlijk... eigenlijk is hij al af.”

Daphne keek hem aan. “Dat is toch juist fijn?”

“Jawel,” zei Ton. “Maar ik had mezelf altijd voorgesteld dat ik zo’n plek zelf zou opbouwen. En de prijs is er natuurlijk ook naar.”

Ik knikte. “De prijs is belangrijk. Maar de waarde van een huis ligt niet alleen in de koopsom.”

Daphne zei: “Over de prijs hebben we het later nog wel.”

En daar stonden ze. Daphne zag het huis wel zitten. Ze zag de mogelijkheden voor de kinderen, verhuur van het gastenverblijf en familiebezoeken. Ze zag een eigen moestuin die ze niet eerst zelf hoefde aan te leggen, maar waarin ze verder kon telen. Maar voor Ton voelde het alsof iemand anders zijn droomproject al had uitgevoerd.

De bezichtiging maakte vooral zichtbaar dat Ton en Daphne voor de eerstkomende jaren niet helemaal hetzelfde toekomstbeeld hadden.

Hoe duur is goedkoop?

Om dat gevoel goed te toetsen, bekeken we de volgende dag twee opknappers die Ton zelf had uitgezocht. De plaatselijke makelaar wachtte ons op in het dorpscafé. Na een kop koffie stapten we weer in de auto’s en reden achter hem aan. Al snel hield het asfalt op en maakten stoffige zandwegen plaats voor diepe sporen tussen de akkers.

De eerste tanya maakte meteen duidelijk dat niet iedere opknapper hetzelfde is. Het woonhuis was laag en donker. In de slaapkamer werd een dragende plafondbalk met twee stalen profielen overeind gehouden.

De achtergevel stond zichtbaar onder spanning en werd langzaam naar buiten gedrukt. Hier zou je niet beginnen met een nieuwe keuken, maar met de constructie van het huis.

Het naastgelegen bijgebouw zag er beter uit. Het was later opgetrokken uit keramische blokken, maar die isoleren veel minder goed dan de oude lemen muren. De oorspronkelijke houtgestookte cv-installatie was verwijderd.

“Die kan er zo weer in,” zei de makelaar.

Er was nog een verrassing. De grote schuur achter het huis bleek helemaal niet op de kadastrale tekeningen te staan. We keken elkaar even aan.

De tweede tanya gaf een heel ander beeld. Ruime, hoge kamers, een degelijk dak en nog originele vloeren.

Volgens de makelaar was het dak zelfs “nagyon jó”: heel goed. Maar verder moest eigenlijk alles gebeuren. Geen badkamer, geen toilet en geen keuken. De zomerkeuken stond er nog, maar ook daar begon het plafond gevaarlijk door te zakken.

“Hier kun je alles naar je eigen smaak maken,” zei Ton terwijl hij langzaam rondkeek.

“Dat klopt,” antwoordde ik. “Maar laten we eens uitrekenen wat ‘alles’ eigenlijk betekent.”

Nieuwe elektra, nieuwe waterleidingen, een badkamer, een keuken, verwarming, vloeren, stucwerk en het water uit de eigen bron via een hydrofoorinstallatie de woning in brengen.

Ik vroeg de makelaar wat zij dacht dat zo’n renovatie zou kosten.

“Tussen de vijf en twintig miljoen forint.”

Omgerekend ongeveer vijftienduizend tot zestigduizend euro.

“Dat is voor een normale afwerking,” voegde ze eraan toe.

Ton keek nog eens rond. “Verdubbel die zestig maar.”

Ik moest lachen.

De vraagprijs van de tanya bedroeg vijfenzeventigduizend euro. Terwijl Ton en Daphne nog even een rondje over het erf liepen, bleef ik met de makelaar achter. Ze boog zich iets naar me toe.

“De buren willen hem eigenlijk ook graag hebben.”

“Wat hebben ze geboden?” vroeg ik terloops.

“Tien miljoen forint.”

Ze glimlachte. Ik begreep meteen waarom de verkoper nog altijd wachtte.

Terug in de auto zei eigenlijk niemand veel. Voor Ton was de technische uitdaging nog steeds aantrekkelijk. Voor Daphne begon steeds duidelijker te worden hoeveel jaren werk hier werkelijk achter schuilging.

Het droomproject

De volgende dag stond de laatste bezichtiging op het programma. Dit keer geen bouwval, maar een grote casco-tanya.

Nog voordat we uitstapten zag ik aan Ton dat deze woning iets met hem deed. Hier stond geen vervallen boerderij waar eerst de constructie gered moest worden. De contouren waren er. Nu begon het afbouwen.

Het erf bestond uit een grote tanya, drie appartementen en een ruime schuur. Qua omvang was dit object zelfs groter dan de volledig gerenoveerde tanya die we eerder hadden bekeken.

“Hier zou ik wel mee aan de slag willen,” zei Ton terwijl we het erf opliepen.

Dat verbaasde me niets. Tijdens ons eerste gesprek had hij precies zo’n project beschreven: ruimte, vrijheid en alles naar eigen smaak kunnen afbouwen.

Binnen werd al snel duidelijk wat “casco” in de praktijk betekende. De ruimtes waren groot, de indeling klopte en het dak was goed. Maar verder moest vrijwel alles nog gebeuren: keukens, badkamers, vloeren, installaties en verwarming.

Terwijl Ton enthousiast van appartement naar appartement liep, dacht ik terug aan de gerenoveerde tanya. Daar was al dat werk al gedaan.

Toen we weer buiten stonden, vroeg ik: “Hoeveel vierkante meter denk jij dat hier nog afgebouwd moet worden?”

Ton keek om zich heen. “Eigenlijk alles.”

Diezelfde avond pakten we de plattegronden en onze aantekeningen erbij en begonnen te rekenen. Niet alleen materiaal en installaties, maar ook alle uren die erin zouden gaan zitten. Hoe langer we rekenden, hoe meer de twee woningen financieel naar elkaar toe groeiden.

De gerenoveerde tanya kostte ongeveer €180.000. De casco-tanya leek op papier aanzienlijk goedkoper, maar toen alle kosten eenmaal op tafel lagen, kwamen we uit op een totale investering van ongeveer tweeënhalve ton.

Ton keek nog eens naar zijn berekeningen.

“Als ik alleen naar het project kijk, vind ik dit nog steeds fantastisch.”

Hij keek op. “Maar als ik kijk naar het totaalplaatje...”

Hij maakte zijn zin niet af. Dat hoefde ook niet.

De keuze

Na drie intensieve dagen reden Daphne en Ton terug naar Nederland. Een paar dagen bleef het stil.

Zaterdag ging mijn telefoon.

“Gerard,” zei Ton. “Wat adviseer je? Wat zouden wij moeten bieden?”

Ook zij wisten dat er maandag opnieuw een bezichtiging gepland stond.

“Eerlijk? Als je deze tanya echt wilt hebben, zou ik de vraagprijs bieden.”

Dat deden ze. Maandag werd de koop gesloten.

Later vroeg ik Ton of hij het jammer vond dat hij zijn droomproject had laten lopen.

Hij schudde zijn hoofd. “Nee. Misschien is dit niet ons eindstation. Maar wel een heel mooie start.”

Die opmerking is me bijgebleven. Veel mensen zoeken hun droomhuis voor de rest van hun leven. Maar misschien hoeft dat helemaal niet. Misschien is de eerste woning vooral een plek om thuis te komen, ervaring op te doen en Hongarije écht te leren kennen.

En wie weet brengt die eerste stap je over een paar jaar weer bij een volgende.

De rivier en het pop-upstrand liggen op 15 minuten rijden

Abonneer op onze nieuwsbrief!