De hitte is vertrouwd, de verdroging niet
Terwijl Nederland bij temperaturen rond de 40 graden overschakelt op hitteprotocollen, waarschuwingen en aangepaste werktijden, gaat het leven op de Zuid-Hongaarse puszta opvallend gewoon door. Ook hier wijst de thermometer 38 graden aan. Het is heet en wanneer het ’s nachts minder afkoelt, wordt dat zeker vermoeiend. Maar het dagelijks leven komt niet tot stilstand. Hier is 38 graden geen nieuwsbericht, maar zomer.
Dat verschil begint bij het klimaat. Nederland heeft een zeeklimaat. De Noordzee tempert de temperatuur: zij neemt in de zomer warmte op en geeft die in de winter weer af. Hongarije ligt veel verder van zee en kent een sterker continentaal klimaat. Hete zomers, koudere winters en grotere temperatuurverschillen hoorden hier altijd al meer bij het gewone leven.
Huizen, erven, werktijden en dagelijkse gewoonten zijn al veel langer op hete zomers ingesteld. Zwaar werk gebeurt vroeg in de ochtend of later op de avond. Midden op de dag zoeken mens en dier de schaduw op. Niemand verwacht dat je op het heetst van de dag in hetzelfde tempo blijft doorwerken.

Ook de traditionele tanya’s zijn op het klimaat ingericht. Ons huis is gebouwd van leem en heeft muren van ongeveer zestig centimeter dik. Zulke zware muren werken als een temperatuurbuffer. In de zomer dringt de hitte maar langzaam naar binnen, waardoor het huis overdag relatief koel blijft. In de winter nemen de muren de warmte van de kachel op en geven die geleidelijk weer af.
Tegelijkertijd komt boven op dat bekende landklimaat een verandering die veel moeilijker is op te vangen: het beschikbare water wordt steeds minder betrouwbaar.
Wat ik in dertig jaar zag veranderen
Toen ik ongeveer dertig jaar geleden voor het eerst in dit deel van Hongarije kwam, zag de puszta er heel anders uit. De zomers waren ook toen heet, maar de hitte werd regelmatig onderbroken door enorme regen- en onweersbuien. Soms kon het een hele nacht tekeergaan. Het onweer was zo zwaar dat je in bed lag te trillen, terwijl de regen urenlang op het dak sloeg.
Die buien voedden het landschap. De omgeving was groen, de puszta stond vol bloemen en het gras groeide uitbundig en weelderig. Op sommige plaatsen stond het bijna twee kontjes hoog. Het beeld dat veel mensen van een droge, kale Hongaarse laagvlakte hebben, paste toen helemaal niet bij wat ik hier zag.
Toen ik hier zeven jaar geleden terugkwam om er te gaan wonen, was de verandering onmiddellijk zichtbaar. Het gras was schraler geworden en vooral de afgelopen vijf jaar valt er tijdens lange periodes te weinig bruikbare neerslag. Op ons eigen land groeit daardoor nauwelijks nog voldoende gras voor de paarden. Wat vroeger vanzelf op de wei groeide, moeten we nu een groot deel van de zomer als hooi van elders aanvoeren.

Ook onder de grond is de verandering merkbaar. Op de Homokhátság is de grondwaterstand in de loop van de tijd gemiddeld enkele meters gedaald. Op sommige hogere delen van de zandrug wordt zelfs een daling van zes tot zeven meter genoemd. Water is daardoor geen vanzelfsprekendheid meer.

Hoe gevoelig dat onderwerp is geworden, bleek toen de plaatselijke jagersvereniging een bron wilde laten slaan om reeën en andere wilde dieren in het gebied van water te voorzien. Een buurvrouw maakte daar bezwaar tegen. Zij was bang dat de extra waterwinning ertoe zou leiden dat haar eigen bron minder water zou geven of zelfs zou droogvallen.
De jagers wilden de dieren helpen; de buurvrouw wilde haar eigen watervoorziening beschermen. Door het ontbreken van duidelijke informatie kwamen twee begrijpelijke belangen tegenover elkaar te staan. Water is hier niet langer alleen een technisch onderwerp. Het gaat over vertrouwen, eigendom, natuur en bestaanszekerheid.
Wij wonen bovendien op een van de hogere delen van de zandrug. Vanaf ons land zien we buien regelmatig in de verte langstrekken. Aan de horizon hangen donkere wolken en enkele kilometers verderop valt zichtbaar regen, terwijl er bij ons geen druppel naar beneden komt. Algemene neerslagcijfers vertellen daarom niet altijd wat bewoners plaatselijk ervaren.

Waarom juist de Homokhátság?
Dit artikel zoomt in op de Homokhátság omdat ik hier woon en de veranderingen dagelijks zie. Maar het gebied is meer dan alleen mijn eigen woonomgeving. Het is een uitvergroot voorbeeld van een vraagstuk dat in vrijwel heel Hongarije speelt: hoe houd je water vast in een landschap dat generaties lang vooral op waterafvoer is ingericht?

De Homokhátság is de uitgestrekte zandrug tussen de Donau en de Tisza. De bodem bestaat op veel plaatsen vooral uit zand, waardoor regenwater snel wegzakt en er weinig vocht achterblijft in de bovenste grondlaag. Zolang het grondwater relatief hoog stond, konden planten daarvan profiteren. Nu het op veel plaatsen aanzienlijk dieper ligt, droogt de wortelzone na een regenbui snel weer uit.
Daar komt de opwarming bij. Tussen 1981 en 2020 steeg de gemiddelde temperatuur in Hongarije met ongeveer 1,7 graden en in de zomer met ongeveer 2,1 graden. Daardoor verdampt meer water uit bodem, vegetatie en open water. Tegelijkertijd valt de neerslag onregelmatiger: lange droge perioden worden afgewisseld door korte, plaatselijke stortbuien. Het probleem is dus niet alleen hoeveel regen er valt, maar ook wanneer die valt en hoe snel het water daarna weer uit het landschap verdwijnt.
Van afvoeren naar vasthouden
De verdroging is niet alleen een gevolg van het veranderende klimaat. Ook de inrichting van het landschap speelt een belangrijke rol.
Grote delen van de Hongaarse laagvlakte zijn in het verleden ontwaterd. Natte laagten, moerassen en ondiepe meren werden drooggelegd om landbouw mogelijk te maken en bewoners tegen wateroverlast te beschermen. Kanalen en greppels voerden overtollig water zo snel mogelijk uit het gebied af.
Dat systeem deed waarvoor het was ontworpen. Maar onder de huidige omstandigheden kan het juist tegen het landschap werken. Water dat in de winter, het voorjaar of tijdens een zware zomerbui beschikbaar komt, stroomt weg voordat het tijdens een droge periode kan worden gebruikt. Daarom verandert het uitgangspunt. De vraag is niet meer uitsluitend hoe overtollig water kan worden afgevoerd, maar hoe het langer in het landschap kan blijven.

Donker- en lichtblauwe lijnen tonen onderdelen van het waterstelsel en de geplande wateraanvoer. Paarse vlakken markeren project- of waterbergingsgebieden. De zwarte lijnen zijn bestaande kanalen en waterlopen die niet als geplande wateraanvoerroute zijn gemarkeerd.
Bestaande kanalen kunnen worden voorzien van stuwen. Lage terreinen kunnen tijdens natte periodes tijdelijk water bergen. Voormalige meren en moerasgebieden kunnen gedeeltelijk worden hersteld. Op sommige plaatsen kan water vanuit grotere rivieren worden aangevoerd.
Het doel is niet om de puszta permanent onder water te zetten. Water moet tijdens natte periodes de tijd krijgen om in de bodem te trekken, natuurgebieden te voeden en het grondwater geleidelijk aan te vullen.
Kunfehértó krijgt in die plannen een belangrijke plaats. Het huidige recreatiemeer ligt in een landschap waarin vroeger veel grotere ondiepe meren en natte laagten voorkwamen. In de plannen wordt het gebied niet alleen als zwemmeer bekeken, maar ook als een mogelijk opslag- en verdeelpunt voor water.

Er wordt gedacht aan reservoirs, tijdelijke ondiepe waterberging en aansluiting op een groter netwerk van kanalen. Ook Zsana en de omliggende puszta liggen binnen het plangebied van de zuidelijke regionale watervoorziening.
Veel onderdelen bevinden zich nog in de fase van voorbereiding, financiering en besluitvorming. De kaart bij dit artikel toont dus geen volledig afgeronde werkelijkheid, maar een visie op hoe het regionale watersysteem zich kan ontwikkelen.
Marispuszta: klein beginnen
Niet alle oplossingen hoeven te wachten op grote infrastructurele projecten.
Bij Marispuszta, aan de rand van Kiskunmajsa, namen bewoners, boeren en vrijwilligers zelf het initiatief. In samenwerking met waterdeskundigen hielden zij water tegen dat anders via een kanaal uit het gebied zou wegstromen.
Door betrekkelijk eenvoudige ingrepen kon het water zich opnieuw verspreiden over een laaggelegen terrein dat eerder was verdroogd. Binnen enkele maanden ontstond daar weer een ondiepe waterpartij en keerde zichtbaar leven terug.

Marispuszta is interessant omdat het laat zien dat plaatselijke kennis en initiatief een verschil kunnen maken. De mensen die er wonen, weten waar vroeger water stond, hoe het land afloopt en welke kanalen het water wegvoeren.
Grote regionale projecten blijven nodig, maar zij kunnen worden aangevuld met kleinere maatregelen: een stuw, een lage kade, een herstelde poel of een oude afvoer die tijdelijk wordt afgesloten. Zulke ingrepen zijn overzichtelijker, goedkoper en voor bewoners vaak beter te begrijpen.
Een nationaal vraagstuk
Ook buiten de Homokhátság wordt geprobeerd water terug te brengen naar verdroogde landschappen. Op tientallen plaatsen in Hongarije worden oude rivierarmen, moerassen en natuurgebieden opnieuw van water voorzien. Water vasthouden is daarmee niet langer alleen een plaatselijk experiment, maar onderdeel van een bredere landelijke aanpak.
Ook de nieuwe Hongaarse regering heeft droogte en waterbeheer hoog op de agenda gezet. Hoe de plannen precies worden uitgewerkt, moet nog blijken, maar de richting is duidelijk: droogte wordt steeds meer behandeld als een structureel vraagstuk voor landbouw, drinkwater, natuur en regionale ontwikkeling. De Homokhátság is daarvan een van de meest zichtbare voorbeelden.
Water als nieuwe kans
De waterprojecten zijn in de eerste plaats bedoeld om verdere verdroging tegen te gaan, maar kunnen het landschap ook aantrekkelijker en gevarieerder maken. De ruimte, stilte, zandwegen, bossen, graslanden en verspreid liggende tanya’s geven de Homokhátság nu al een bijzonder karakter.
Herstelde meren, natte laagten en moerasgebieden bieden nieuwe leefruimte aan planten en dieren en kunnen het gebied interessanter maken voor wandelaars, fietsers, ruiters en vogelaars. Kunfehértó laat zien dat water, natuur en recreatie naast elkaar kunnen bestaan.
Daaruit kunnen kansen ontstaan voor gastenkamers, kleine campings, routes, paardrijtochten en streekproducten. De schaal moet wel bij het gebied blijven passen: geen massatoerisme en geen extra druk op het schaarse water, maar kleinschalige ontwikkeling die de rust en natuur versterkt.
Twee landen, dezelfde omslag
Nederland en Hongarije hebben hun landschap eeuwenlang ingericht om overtollig water te beheersen en af te voeren. Nederland legde meren en moerassen droog en won land op zee. Hongarije ontwaterde natte laagten om landbouw mogelijk te maken.
Nu moet een deel van die logica worden omgekeerd. Water is niet alleen iets waarvan er te veel kan zijn, maar ook een voorraad voor droge perioden. Dat vraagt ruimte, samenwerking en de bereidheid om het landschap anders te gebruiken.
De kracht van de puszta ligt in haar ruimte en rust. Wanneer waterbeheer, natuurherstel en lokale ontwikkeling zorgvuldig worden verbonden, kan die kracht behouden blijven en zelfs groeien.
De hitte is hier vertrouwd. De verdroging is reëel. Maar de toekomst van de puszta hoeft geen verhaal van verlies te zijn.
Wilt u deze bijzondere streek niet alleen lezen, maar ook beleven? Vanuit ons huis in Kunfehértó kunt u de Homokhátság, het meer, de omliggende natuur en de kleine dorpen van Zuid-Hongarije rustig verkennen. Bekijk het huis, de omgeving en de beschikbaarheid
Dit verblijf wordt aangeboden door de uitgevers van Hallo Hongarije.